Reflexen INPP

Hieronder wordt uitleg gegeven over de reflexen INPP:

De reflexen waar het INPP meewerkt zijn Neurologische reflexen waar een onderscheid gemaakt wordt tussen 2 hoofdgroepen namelijk de primitieve reflexen (primaire reflexen) of posturale reflexen (houdings reflexen).

Inmiddels is zeer veel geschreven, gesproken over deze 2 groepen van reflexen. Reflexen hebben hun neurologische oorsprong die direct na de conceptie begint. De functie van reflexen is eenduidig, namelijk de ontwikkeling en overleving van de zuigeling te waarborgen.

Zo oud als de mensheid horen primitieve en posturale reflexen bij het bestaan. De “herontdekking” begon in de laat zestiger jaren door mensen als Peter Blythe, Jane Ayres en vele andere.

Peter Blythe werkte in die tijd als Psycholoog en werd gevraagd wat vandaag de dag een leraren opleiding zou heten als leraar. Hij was diegene samen met een van zijn studenten David Mc Glown die naar kinderen zou gaan kijken met specifieke leerproblemen die later gediagnostiseerd zouden worden als kinderen met een Neuro Developmental Delay (NDD) en deze kinderen hebben een aanwezigheid van een cluster van primitieve reflexen. In Nederland noemen we voor deze kinderen die specifieke leerproblemen hebben een kind met Neuro-Ontwikkelings vertraging NOV.

Peter Blythe is sinds 1969 deze methode aan het ontwikkelen en verfijnen en heeft in 1975 het Institute for Neuro Fysiological Psychology (INPP) opgericht. De methode is in eerste instantie bedoeld voor kinderen met specifieke leerproblemen rond de leeftijd van 8 jaar. Met specifieke leerproblemen wordt bedoeld dat dit inclusief een organische oorzaak is.

Het doel is altijd geweest om de Neuro motoriek (neurologische ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel) te testen door middel van primitieve en posturale reflexen op een medisch verantwoorde basis. Alle testprocedures die gebruikt worden door een INPP-NDT therapeut voldoen aan deze criteria.

Rond de leeftijd van 8 jaar is altijd een belangrijke leeftijd geweest aangezien hogere delen in de hersenen gemenaliniseerd  zijn en dit betekend dat de informatie van een lager deel in de hersenen (de hersenstam) beter informatie kan uitwisselen met hogere delen van de hersenen.

Omdat fysiologisch de zenuw en zenuwbanen door de melanine (melanine is een organisch pigment dat uit het aminozuur tyrosine wordt gevormd) rond 8 jaar de hogere delen van de hersenen (neo cortex) heeft bereikt. Tevens is lateralisatie (het kunnen overkruizen van de  lichaamsmiddellijn) rond deze leeftijd een feit.